Oeps, een onherstelbaar
gat in je enige spijkerbroek?
Waarschijnlijk
ga je dan snel op zoek
naar een nieuwe.Want een jeans
is een onmisbaar item in veel
klerenkasten. Miljoenen mensen
over de hele wereld hebben een
of meer spijkerbroeken in hun
garderobe. Logisch, want anders
dan vroeger, is er tegenwoordig
voor ieder wat wils op spijkerbroekengebied.
Er zijn sexy
jeans om in uit te gaan. Maar
ook wijde jeans voor wroetwerk
in de tuin of om het huis in te
schilderen. En denk eens aan de
aandachtstrekkers met rafels en
diamanten.Voor moslims zijn er
nu zelfs de speciale
Jeans. Dit zijn spijkerbroeken
met een hogere taille en extra
knieruimte, zodat knielen, en
dus bidden, gemakkelijker gaat.
De broek is bovendien rijkelijk
bedeeld met zakken, waarin de
drager spullen kan bewaren die
hij tijdens het bidden af moet
doen.
Goudzoeker kreeg broek
Maar de eerste spijkerbroek
werd niet gemaakt om mooi te
zijn. Ook niet om mee op te
vallen, en zeker niet om in te
bidden. In die broek moest
gewerkt worden. Belangrijk was
daarom dat hij sterk was. De
spijkerbroek werd geboren in
Amerika, in de tweede helft van
de negentiende eeuw. Aan de
Amerikaanse westkust
werd toen veel goud
gevonden.Van heinde
en verre kwamen er
mannen naar de goudmijnen.
Rijk wilden
ze worden. Eenmaal
ter plaatse hadden ze
niets anders dan hun
blote handen om het
felbegeerde goud mee
te zoeken. Aan die
mannen valt geld te
verdienen, dacht de
jonge Duitse immigrant
Levi Strauss (1829-1902).
Hij was in 1847 samen met zijn
moeder naar Amerika geëmigreerd.
Ruim zes jaar later begon
Strauss in San Fransisco een
fabriek waar hij voor de goudzoekers
broeken maakte van
canvasdoek. Een leuk idee, maar
veel vraag naar de broeken was
er jammer genoeg niet. Daarom
probeerde Strauss iets anders:
hij stapte over op een steviger
soort stof, een katoensoort uit
Frankrijk. Officieel heette de
stof Serge de Nîmes, naar de
Zuid-Franse stad Nîmes waar
die werd geproduceerd. Maar
de Amerikanen verbasterden
dit al snel tot ‘denim’. Strauss’
denimbroeken sloegen aan bij
de goudzoekers. Maar de echte
klapper bleef uit. Oorzaak: de
allereerste exemplaren misten
nog iets cruciaals.
Metaal was oplossing
Strauss’ broeken hadden een
zwakke plek. Vooral bij de
zakken scheurden ze vaak
uit. Zeker bij goudzoekers
die aan de stevige kant waren.
In 1872 ontving Strauss een
brief van Jacob Davis (1834-
1908), een kleermaker aan
wie hij stof leverde. Hij riep
de hulp van Strauss in.Davis was
een bijzondere kleermaker. Hij
had zo zijn eigen manier van
broeken maken. De vrouw van
een klant had hem gevraagd een
extra stevige broek voor haar
echtgenoot in elkaar te zetten.
Haar man was nogal fors, en
deed daarom nooit lang met
zijn broeken. Davis ging aan de
slag met klinknagels. Dit zijn
een soort platgeslagen koperen
spijkers, die hij in de broek
sloeg op de plekken waar de
meeste spanning op stond: de
hoeken van de zakken, zowel
aan de voor- als de achterkant,
en het kruis.
Het metaal in de broeken bleek
het ei van Columbus. Andere
kleermakers deden Davis maar
wat graag na. En daarom wilde
Davis zo snel mogelijk patent
aanvragen op zijn broeken met
spijkers. Maar de 68 dollar die
dat zou kosten, kon hij in zijn
eentje niet opbrengen. Vandaar
de brief aan Strauss, waarin hij
hem vroeg samen met hem het
patent te kopen. De broek zou
dan worden gemaakt van het
denimstof van Strauss, en extra
worden verstevigd met Davis’
klinknagels. Met zijn tweeën
wisten ze de patentkosten op te
brengen. En op 20 mei 1873 was
de eerste echte waist overall een
feit. Met knopen, want een rits
kwam pas in 1926.Op de achterzakken
stond met oranje garen
een ‘v’. Die moest de vleugels
van een arend voorstellen, die
symbool staat voor vrijheid.
Het garen werd oranje omdat
Strauss dat mooi vond passen
bij de koperen klinknagels. Een
paar jaar later kwam nog een
plaatje op de achterkant van de
broek, van twee paarden die
proberen de twee pijpen van
een Levi’s uit elkaar te trekken.
Boodschap: kijk eens hoe sterk
deze broek is! Nog steeds zijn de
paarden het logo van het merk.
Levi’s broeken zijn inmiddels
allang niet meer de enige broeken
van spijkerstof en klinknagels.
Rond 1890 verviel het patent
van Levi’s op de spijkerbroek.
En vanaf toen begonnen ook
andere fabrieken de werkbroek,
ook jeans genoemd, te maken.
De spijkerbroek werd al snel
het meest geïmiteerde kledingstuk
ter wereld. De fabrikanten
lieten de nagels op de achterzak
en in het kruis wel achterwege.
Reden? Die beschadigden de
meubels en de zadels. Tegen
woordig zitten ze bij veel spijkerbroeken
alleen nog op de voorzakken.
En terwijl de eerste
jeans voor honderd procent uit
katoen bestonden, wordt tegenwoordig
vaak wat synthetisch materiaal aan de stof toegevoegd.
Polyester bijvoorbeeld,
dat de broek elastischer maakt.
Mannen hebben meer
Maar een klinknagel meer of
minder, en het synthetische
extraatje hebben de spijkerbroek
niet minder populair
gemaakt. Integendeel: van een
broek die alleen gewild was bij
werklieden, is het kledingstuk
een broek van alleman geworden.
‘De spijkerbroek is een breed
succes’, zegt Kris Broeckx.Hij is
manager van Originals Denim
Heaven in Antwerpen, een grote
spijkerbroekenhandel die ook
workshops over de spijkerbroek
organiseert. ‘De broek wordt
gedragen door mensen van nul
tot zeventig jaar, door zowel
blanken als zwarten, en door
zowel arbeiders als
directeuren.’ De meeste
Nederlanders hebben
drie jeansbroeken in de kast
hangen, constateerde het modevakblad
Textilia toen het twee
jaar geleden onderzoek deed
onder 2000 mensen. Slechts een
heel klein deel, zes procent, is
volledig spijkerbroekloos. Maar
liefst een kwart is eigenaar
van vijf of meer spijkerbroeken.
En, opvallende uitkomst, hoewel
vooral vrouwen bekendstaan om
uitpuilende kledingkasten, zijn
het juist de mannen die veel
spijkerbroeken verzamelen. Een
derde van hen heeft meer dan
vier spijkerbroeken. Vrouwen houden het vaak bij een of twee.
Volgens Rosita van der Kwaak,
vakredacteur jeans van Textilia,
komt dat doordat mannen bij
meer gelegenheden een spijkerbroek
aantrekken. ‘Zij kiezen
zowel voor het werk als in hun
vrije tijd voor een spijkerbroek.
Terwijl vrouwen graag variëren
in hun kledingstijl.’
Amerika bracht jeans
Wat is er met de jeans gebeurd
de afgelopen eeuw? Hoe is de
werkbroek van toen in onze
kledingkast terechtgekomen? In
Amerika verliep de verschuiving
van mijnbroek naar alledaagse
broek vooral via de filmindustrie.
In de jaren twintig en dertig van
de twintigste eeuw verschenen
hoofdrolspelers, in die tijd vaak
cowboys, in spijkerbroek op het
filmscherm. Bioscoopbezoekers,
vooral jongeren, renden naar de
winkel om ook zo’n stoere outfit
te bemachtigen. Zo werd de
spijkerbroekentrend gezet. In
Europa ging het iets langzamer.
Daar liep op dat moment nog
vrijwel niemand rond in een
spijkerbroek. Pas na de Tweede
Wereldoorlog kleurde hier het
straatbeeld blauw. Want tijdens
die oorlog kwamen er tienduizenden
Amerikaanse soldaten
naar Europa om ons te bevrijden
van de Duitse bezetting. En
zij droegen spijkerbroeken. Die
had het Amerikaanse ministerie
van Defensie bij de Levi’s-
fabriek voor hen besteld, omdat
ze zo sterk zijn. Toen Europa
was bevrijd, en de soldaten naar
huis gingen, lieten ze de broeken
achter. Om de Europeanen een
plezier te doen, maar ook omdat
ze geen zin hadden om al die
spullen mee terug te slepen.
De broeken waren zeer gewild
onder de Europese bevolking.
De Amerikanen hadden hen
bevrijd, dus Amerika was hip. Al
snel waren de broeken van de
soldaten op, en werden nieuwe
in de Verenigde Staten gehaald
voor de verkoop in Europa. Het
duurde niet lang of de Ameri-
kaanse spijkerbroekfabrikanten
hadden de Europese markt helemaal
ontdekt.
Denim is sexy
De spijkerbroek is sinds de jaren
zestig van de vorige eeuw
wereldwijd een succesnummer.
Maar waarom lukte dat juist de
spijkerbroek? Blijkbaar hebben
de blauwe pijpen ‘iets extra’s’.
Denim blijkt in modeopzicht een
streepje voor te hebben. ‘Het is
een veelzijdige stof’, zegt Van
der Kwaak. ‘Je kunt er steeds
mee vernieuwen, door middel
van wassingen, stiksels, kleuren.
Dat maakt dat we jeans blijven
kopen.’ Bovendien is de stof
ijzersterk. De katoendraden,
waar denim uit bestaat, zijn van
zichzelf al stevig. En het speciale
weefsel zorgt ervoor dat spijkerstof
nog meer kan hebben en
langer meegaat. Denim wordt
geweven in keperbinding. De
inslagdraad (de blauwe aan de
buitenkant) gaat steeds over
twee kettingdraden (de witte
aan de binnenkant) heen, en
onder één kettingdraad door. Op
deze manier ontstaat een heel
dicht geweven stof, en dat maakt
de keperbinding zo sterk. Maar
andere katoenen broeken zijn
toch ook sterk? Waarom zijn nu
net de blauwe spijkerbroeken
zo gewild? Eén reden is al heel
oud: donkerblauw wordt niet zo
snel vies. Dat wil zeggen: als er
vlekken opkomen, zie je ze niet
snel. En dat was ook een van
de redenen dat een jeans zo’n
praktische broek was om in te
werken.
Ook zijn er wetenschappers die
denken dat de kleur blauw erotiserend
werkt, zoals hoogleraar
communicatie Arthur Asa Berger
(San Francisco State University).
Hij schrijft in zijn boek Reading
Matter: Multidisciplinary Perspectives on Material Culture dat
‘komedies en films die veel
blauw materiaal gebruiken, daar
een seksuele bedoeling mee
hebben’. Kortom: het erotiserende
effect van de kleur blauw
heeft wellicht ook aan het
succes van de blauwe spijkerbroek
bijgedragen.
Bekende modeontwerpers zijn
in elk geval zeer jaloers op
de letterlijk en figuurlijk ijzersterke
vinding van Strauss en
Davis. Topontwerper Yves Saint
Laurent zou ooit hebben toegegeven
dat hij de spijkerbroek
had willen uitvinden. Een scala
aan mooie eigenschappen schijnt
hij aan de jeans te hebben toegedicht,
zo gaat het gerucht in de
modewereld: ‘Wat een expressie,
wat een seksappeal, en wat een
eenvoud.’
Peacejeans
In de jaren ’60 en ’70
werd de spijkerbroek
veel gebruikt als protestbroek.
Indianen trokken
hem aan als ze de straat
opgingen om te demonstreren
tegen de overheid,
die hun land wilde annexeren.
En toen hippies
tegen de Vietnamoorlog
protesteerden, verschenen
ze massaal in jeans die
waren bezet met geborduurde
bloemetjes.
Ziek van Jeans ?
Hoe strakker, hoe
beter. Dat was
tenminste de filosofie
in de jaren ’80. De
beste spijkerbroek
was de spijkerbroek
die je
alleen dicht
kreeg als je op
de grond lag,
met je buik ingehouden.
Maar aan
zo’n broek kleven ook
nadelen. Malvinder Parmar
is medisch directeur van
het Canadese Timmins
& District-ziekenhuis. Hij schreef in 2004 in het
Canadian Medical Association
Journal over 3 vrouwen
die in het ziekenhuis werden
behandeld voor een zenuwafwijking.
Eentje was bang
dat ze leed aan multiple
sclerose, een chronische
ziekte van het zenuwstelsel.
De ware oorzaak van de
pijn was gelukkig minder
ernstig, wist Parmar te
vertellen. De vrouwen
hadden gewoon te strakke
en te lage heupbroeken
gedragen. Daardoor was
een zenuw onder het heupbeen
bekneld geraakt, en
dat leverde een tintelend of
brandend gevoel op. Nadat
de vrouwen op aanraden
van Parmar 6 weken loszittende
kleding zoals jurken
hadden gedragen, waren
ze genezen van hun pijn.